Nieuws

Informatiestroom & positie onderaannemer  29 april

Daar waar een opdrachtgever heeft gekozen om te werken op basis van een standaard bestek (STABU dan wel RAW) verloopt de communicatie jegens de hoofdaannemer top – down. Uitgangspunt binnen de van toepassing zijnde Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV 1989) is immers dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de door haar gegeven orders en aanwijzingen, terwijl de hoofdaannemer op basis van § 6 lid 2 UAV 1989 in beginsel verplicht is tot het opvolgen van deze orders en aanwijzingen.

Aldus wordt de aannemer binnen de context van deze administratieve voorwaarden gebruikt als uitvoeringsvehikel. Op het "Befehlsprinzip", namelijk de verplichting de orders en aanwijzingen op te volgen, wordt een uitzondering gemaakt, voor het geval de aannemer weet, dan wel behoorde te weten, dat de orders of aanwijzingen klaarblijkelijk niet zouden deugen.

Binnen bijvoorbeeld de dakenbranche zal een hoofdaannemer STABU hfdst. 33 uit het bestekboek doorcontracteren richting een onderaannemer; is de onderaannemer een hovenier, dan zal ook STABU hfdst. 16 worden doorgecontracteerd.

Afhankelijk van de economische machtspositie van de onderaannemer kan deze al dan niet haar eigen voorwaarden van onderaanneming toepasselijk verklaren. Echter, daar waar vanuit de positie van de hoofdaannemer sprake is van een zogenaamde back-to-back-regeling, is ook in relatie tot de onderaannemer de UAV 1989 toepasselijk.

In de regel loopt de communicatie, meer specifiek de orders en aanwijzingen betrekkelijk tot het door de onderaannemer uit te voeren werk via de band van de hoofdaannemer.

Helaas komt het in de praktijk veelvuldig voor, dat daar waar vertraging in het werk ontstaat gelegen binnen de risicosfeer van een hoofdaannemer, laatstgenoemde tracht de verloren tijd voor rekening van de onderaannemer te laten komen. Een strategie die hierbij soms wordt gevolgd, is de betrekkelijke informatie voor de onderaannemer gefaseerd aan deze door te geven.

Een onderaannemer dient hier scherp op te acteren. Bij de kick off van het werk met de hoofdaannemer, zal de onderaannemer moeten trachten op basis van
§ 6.29 UAV 1989 al die orders en aanwijzingen betrekkelijk tot zijn werk, direct ook van de bouwdirectie te mogen vernemen.

Het voordeel voor de onderaannemer laat zich raden: op deze manier wordt de onderaannemer in staat gesteld tijdig diens werkprocessen bij te sturen zodat de kwaliteit van het werk wordt geborgd binnen de overeengekomen planning. Ook de hoofdaannemer heeft een voordeel bij deze routing. Voor het geval de orders/aanwijzingen bepaalde omissies zouden bevatten, en de onderaannemer hiertegen waarschuwt, bereikt een dergelijke waarschuwing ook direct de bouwdirectie, waardoor faalkosten worden voorkomen. Vanuit de positie van de hoofdaannemer moet hierbij worden bedacht, dat daar waar niet sprake is van een zogenaamde voorgeschreven onderaannemer, de hoofdaannemer voor de gedragingen van de onderaannemer aansprakelijk is.

Ten slotte heeft ook de opdrachtgever belang bij een correcte en tijdige informatiestroom richting de onderaannemer. De opdrachtgever is immers dikwijls eindgebruiker dus direct belanghebbende bij het kwaliteitsniveau van de bouw en het tijdig kunnen afnemen van het bouwwerk.

• sluit venster •